Beemster Polder Partij
Een dijk van een partij!

 

Nieuwsbrieven 2019
 
Nieuwsbrief 11 - november 2017
Samen……Leven!


Doel:  Met deze nieuwsbrief wil de BPP duidelijk maken niet langer in gescheiden programma’s te denken bij het besturen van een gemeente. Dit ontschotten, of anders gezegd stoppen met per thema denken, moet dus niet alleen plaatsvinden in het programma Beemster Samenleving. Het moet verbonden zijn met programma’s Wonen, Duurzaamheid, Omgeving, Veiligheid en Werken. Door in te zetten op preventie en het daarin betrekken van deze programma’s dienen op termijn structurele effecten te worden bereikt. Die effecten zijn bij ‘n één programma-benadering niet of pas veel later te bereiken. Om het denken daarover structureel te beïnvloeden dient dan ook met andere meetfactoren dan financieel gerichte kengetallen te worden gewerkt. Perspectief, erbij horen en geluk zullen ook moeten worden gemeten. De eerste kans om dit toe te passen is de woonagenda. Daarna kun je afspreken waar het een eerste keer praktisch wordt uitgevoerd.

De kop en het artikel  in het NHD editie Waterland van 30 november jl. is een goede voorbeeld van dit ontschotten: Tijmstra wil nieuwe opvang voor jongere. Door woonruimte vrij te maken en nazorg na hun 18de jaar, geeft het team Samenleving van de gemeente Purmerend blijk hoe invulling gegeven aan het begrip perspectief en hoe dit vertaald kan worden in geluk en erbij horen
 
Context:  Het sociaal domein is met overdracht van taken vanuit het rijk en provincie voor alle gemeenten in Nederland de grootste opgave geworden. Bijstand, werk en inkomen, schuldhulpverlening, jeugdzorg, huishoudelijke hulp en wet maatschappelijke ondersteuning (WMO ) zijn taken die niet langer vanuit Den Haag en Haarlem worden verantwoord.
De gemeenten moeten zich daar nu, met veel minder budget, over verantwoorden. Daarbij schuren zij ook nog regelmatig tegen zaken die vallen onder de zorgverzekering  (bijv. delen van zorg die door de wijkverpleegkundige gegeven wordt en de geestelijke gezondheidszorg (GGZ)  voor volwassenen) en de wet langdurige zorg.
Dit heeft indirect effect heeft op het budget van gemeenten, zoals met de voogdij en woonplaatsbeginsel en met het herplaatsen van volwassenen via begeleid wonen duidelijk is geworden. Voldoende woningen of woonplekken voor begeleid wonen (door gemeenten ter beschikking gesteld) beïnvloed direct de mogelijkheden van de GGZ tot uitstroom en zorg op afstand. Nu de uitstroom stagneert, stopt ook de instroom, worden wachtlijsten langer, kan minder snel worden ingegrepen en blijven gemeenten langer met zaken zitten waar ze niet verder mee komen. De cliënt is uiteindelijk de dupe en komt vaak van regen in de drup. Escalatie i.p.v. preventie is het gevolg. Rijkstaken en gemeentelijke taken blijken dus invloed op elkaar uit te oefenen.
In deze taakgebieden blijft veel onder de radar. Zoals in de GGZ. Volgens insiders is slechts 1/3 deel van de cliënten werkelijk in het zicht. Zo zal ook bij de gemeentelijke taken sprake kunnen zijn van een veel grotere omvang aan cliënten die potentieel in aanmerking komen voor de WMO taken en jeugdzorg. Gemeenten worden met dit ijsbergeffect geconfronteerd. Het geeft grote onzekerheden in werkelijke kosten hetgeen sturing complex maakt.  
 
Wonen en samen leven:  Om een zinvol woonbeleid en woonagenda te kunnen vaststellen, dient ook de context van de samenleving en haar opgaven erbij worden betrokken. Vanwege het bijzondere karakter van deze benadering zou dit in particulier opdrachtgeverschap opgepakt kunnen worden en/of door woningbouwcorporaties.
We leven  nu in een samenleving die steeds individualistischer is. Als gemeente zou je juist ook het meer samen wonen moeten stimuleren of althans niet in de weg moeten staan. Bevorder dit dan ook in bouwwijze, keuzes en omgevingsinrichting. Auto’s zijn bijvoorbeeld een verlengstuk van het individu bij uitstek. Nu zien we gezinnen waar veelal 2 auto’s voor de deur staan. Dit heeft als gevolg dat men eisen gaat stellen aan de inrichting van een straat of wijk waardoor inrichtingskosten en onderhoudskosten toenemen. Maar waarom laten we ons hierdoor leiden? Terwijl we juist een andere opgave hebben waarbij drempels verlagen, kosten beheersen, duurzaamheid, hulp kunnen geven, rust en elkaar kunnen opmerken boven aan het lijstje zouden moeten staan.
Het opstellen van een woonvisie blijkt dan ook een eendimensionale benadering van een complex probleem. Desondanks zullen er maatschappelijk gewenste effecten moeten worden bereikt. Dat zal dan o.a. in de woonagenda moeten gebeuren. Daar moeten ook de meetpunten worden vastgesteld. Naast aantallen zoals zonnepanelen, energie prestatie normen, vermeden CO2, sociaal veilig of andere kenmerken per programma zullen bij een maatschappij waar erbij horen de maat is, ook geluk en perspectief moeten worden gemeten.

Concluderend kan worden gesteld:

  1. Dat wonen in een wijk met jong en oud in een duurzame woonvorm ons de kans geeft noden van onze maatschappij te verbeteren. 
  2. Dat perspectief bieden via wonen en werken versterkt dat minder kansrijke en of kwetsbare personen erbij kunnen blijven en toe doen.
  3. Dat sturen op geluk (dus het ook meetbaar) zicht geeft een gewenste verandering omtrent perspectief en erbij horen
  4. Dat gemeenten dit regionaal zo moeten aanpakken om de positieve effecten te kunnen bereiken.

Daarom moet de Woonagenda zodanig  tot stand komen dat fundamenteel de maatschappelijke problemen waarmee we worden geconfronteerd er mee kunnen worden aangepakt. Dit met de wetenschap dat ellende niet is te voorkomen maar wel met een preventief beleid kan worden beperkt.
Ieder wil toch opgemerkt worden, dan moet je je omgeving ook zo inrichten.

BBP november 2017                                          www.beemsterpolderpartij.net

Intermezzo bouwen in WoonWijkVerband
Om daadwerkelijk stappen te nemen en ons los te maken van de huidige dwingende kaders stellen wij dat er (ook) gebouwd moet worden op basis van een wijk-woonverband met een visie op alle actuele thema’s waar een gemeenschap voor staat. Doe het met de blik op 2035 of verder, waarin bewoners nu een woning gaan betrekken die ook in de komende decennia voldoet aan de dan overheersende sociaal- economische,- technologisch factoren:

Uitgangspunten:

  1. We kiezen voor zoveel als mogelijk groen, voor auto’s is geen plaats in de wijk. Deze zet je maar op transformeerbare bestemmingen in afwachting dat de eigen auto verledentijd is geworden.
  2. Bouw met natuurlijke materialen. Dit zal dus vaker verduurzaam hout zijn wat ook veel minder zware fundaties zal vergen.
  3. Woningen zijn samen met de wijkvoorzieningen energieneutraal.
  4. De grootste wijkvoorziening is een gemeenschapsgebouw waarin zoveel als mogelijk alle elementen die afzonderlijke woningen groot en complex maken, zijn opgenomen.
  5. De wijkvoorziening werkt op basis van een VVE
  6. Verlaat het denken in termen van onder vrij-verval rioleringen. Maak toiletten die geen of nauwelijks water gebruiken en verricht het transport vanuit de wijkvoorziening met vacuüm zoals in een vliegtuig.
  7. Laat mensen zelf het wijkbeheer doen. Oud en minder kansrijke kunnen daar hun positie in de maatschappij bewijzen.
  8. Ga uit van 50 woningen op één hectare (i.p.v. 25 nu)
  9. Woningen hebben geen apart gebouwtje voor fietsen etc. Daarvoor is het wijkgebouw beschikbaar.
  10. Daarin ook de was en droog mogelijkheden, professioneel en meervoudig. Waslijnen wel per huis.
  11. Daarin ook een werkplaats per wijk voor alles, fietsen, maaimachines, handgereedschap etc.

Gevolgen:

  1. Kosten bouw-gereed-maken per woning zal halveren en met vermeden infrastructuur zelfs naar 1/3.
  2. Woningen worden 1/3 kleiner omdat er veel onnodige m2 voor voorzieningen verdwijnen en ook principieel kleiner wordt gebouwd (wel mengvormen en koppelbare units voor mantelzorg of andere woonvormen)
  3. De kosten van de woning dalen
  4. maar de wijkvoorziening is samen met de energie-neutraliteit complexer wat tot uiting komt in maandelijkse kosten naar de VV

Wat wordt daarmee bereikt:
Bewoners leven meer in een buurt dan in een zelfstandige woning. Zij zijn aangewezen op elkaar wat leidt tot meer buurtvorming. Het opmerken en bespreekbaar maken van elkaar noden en problemen zal in zo’n wijk geheel anders zijn als in de individualistische woningen die we nu bouwen.
Mensen blijven zelf kunnen kiezen waar ze willen wonen.