Beemster Polder Partij
Een dijk van een partij!

 

Verkiezingskrant '18

Archief

Wet geurhinder en veehouderij.


Opstellen gemeentelijke Verordening Wet geurhinder en veehouderij.

De  Wet geurhinder en veehouderij, Artikel 4  tekst 21-02-2013;

De afstand tussen een veehouderij waar dieren worden gehouden  en een geurgevoelig object bedraagt:

  1. Tenminste 100 mtr. indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen.
  2. Tenminste 50 mtr. Indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen.

Een Omgevingsvergunning (uitbreiding) wordt niet geweigerd  wanneer de afstand tussen beide objecten niet afneemt en het aantal diereenheden niet toeneemt. (binnen genoemde afstand).

Artikel 6 tekst 21-02-2013;

3: Bij gemeentelijke verordening kan worden bepaald dat binnen een deel van het  grondgebied van de gemeente een andere afstand van toepassing is dan de afstand, genoemd in artikel 4 met dien verstande dat deze:

  1. Ten minste 50 mtr. bedraagt indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen
  2. Ten minste 25 mtr. bedraagt  indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen.

Binnen de gemeente Beemster zijn meerdere veehouderijen in de lintbebouwing, hoofdzakelijk in bebouwde kommen, die bij uitbreiding niet of niet meer kunnen voldoen aan de afstandcriteria zoals genoemd in artikel 4.
Bij aanvragen voor een Omgevingsvergunning (uitbreiding) zouden deze bedrijven niet kunnen uitbreiden vlgs de gehanteerde afstandcriteria.
BPP is van mening dat het opstellen van een gemeentelijke verordening tegemoet komt aan Omgevingsvergunning aanvragen die zich in de toekomst zouden moeten kunnen toetsen aan de criteria vastgelegd in een gemeentelijke Verordening op de Wet geurhinder en veehouderij.

Extra aandacht binnen de verordening vraagt bestaande bebouwing binnen de 50 mtr. geurcirkel zone die worden benut voor diereenheden, bestaand gebruik.
Strikt genomen zal bij een aanvraag Omgevingsvergunning (uitbreiding) de 50 mtr. moeten worden gerespecteerd.
Dit zou inhouden dat een gedeelte bestaande bebouwing niet kan worden benut voor veestalling. Mogelijk kan in voorkomende gevallen daar in worden voorzien.
Ook de Wet Plattelandswoning, geen geurgevoelig object, kan hierbij betrokken worden (buitengebied).

Fractie BPP,
Nico de Lange

Omhoog