Beemster Polder Partij
Een dijk van een partij!

 

Verkiezingskrant '18

Archief

 

Raad van State
Afdeling bestuursrechtspraak
Postbus 20019
2500 EA  Den Haag

Verzonden 25 juni 2013
Bijlage:1
Uw brief van: 8 mei 2013 (met kenmerk PDN.2013/1/109)
Ons kenmerk:/15632
Uw contact:P.C.G. Koopmeiners

Geachte voorzitter en leden van de afdeling,

Door middel van deze brief tekenen wij beroep aan tegen het definitieve aanwijzingsbesluit van het Natura 2000 gebied Eilandspolder, nummer 89.

Inleiding
Op 14 oktober 2008 heeft ons college reeds een inspraakreactie gegeven (met kenmerk BW/ 1839 ) op het ontwerp- aanwijzingsbesluit van dit Natura-2000 gebied.
Allereerst herhalen wij nogmaals in algemene bewoordingen de inhoud van deze inspraakreactie.
Onze zorg gaat uit naar onze agrarische sector. De gemeente Beemster (droogmakerij en werelderfgoed) wordt direct begrensd door Natura-2000 gebieden waaronder de Eilandspolder. Reeds vijf jaar geleden spraken wij de zorg uit over de mogelijke nadelige gevolgen voor de toekomstige bedrijfsvoering en bedrijfsontwikkelingen van onze agrariërs. Inmiddels zijn deze beperkingen enorm en onacceptabel gebleken. Deze agrariërs zijn namelijk ook de belangrijkste dragers en beheerders van ons zo waardevol cultuurlandschap. Een landschap dat wij ook volgens UNESCO en de Staat der Nederlanden juist moeten behouden en ontwikkelen waarbij de cultuurhistorische waarde en identiteit van het werelderfgoed Droogmakerij de Beemster beschermd dient te worden.

Al meerdere malen zijn signalen afgegeven dat het ingezette beleid, de agrarische bedrijfsontwikkeling  in ernstige mate belemmert en daarmee ook het voortbestaan van onze agrarische sector en ons cultureel erfgoed bedreigt.
 
Wij willen u met name wijzen op de brief van 19 december 2012 (met kenmerk pk/G/12770) ,die overigens ook al reeds naar het ministerie van economische zaken is verstuurd, die wij als bijlage aan dit beroepsschrift zullen toevoegen.

Veenmosrietland
In het aanwijzingsbesluit van de Eilandspolder wordt de bescherming (instandhoudingsdoel) van het veenmosrietland als zeer belangrijk gezien. Bescherming dat overigens al jaren lang door de overheid in de praktijk plaatsvindt waardoor vergunningverlening (WABO/ natuurbeschermingwet) voor onze agrarische sector onnodig moeilijk, zo niet onmogelijk gemaakt wordt. “De kern van de problematiek is dat in het aanwijzingsbesluit nog steeds wordt gesteld dat het zogenoemde subtype veenmosrietland (H714OB) in de Eilandspolder zeer zeldzaam is en extreem gevoelig voor stikstof. En dat daardoor in het kader van de vergunningverlening hier zeer terughoudend en zorgvuldig mee moet worden omgegaan”. Met andere woorden; de bescherming zal nodig blijven en dat suggereert in geen geval een positieve ontwikkeling voor de ontwikkelkansen voor de agrarische sector in ons agrarisch cultuurlandschap.

PAS (programmatische aanpak stikstof)
Parallel daaraan geeft de provincie Noord-Holland al enige tijd aan dat de PAS (programmatische aanpak stikstof) de oplossing zou moeten bieden voor alle aanwezige knelpunten. U begrijpt wellicht dat door de eerdere vertragingen van dit instrument en de onduidelijke vorm deze aankondiging slechts wantrouwen en onbegrip heeft gewekt.
Na jarenlang uitstel is er volgens de provincie nu toch echt zicht op het van kracht worden van dit instrument. Namelijk per 1 januari 2014. Toch zijn we in het licht van het verleden nog argwanend.
Desgevraagd heeft de provincie Noord-Holland ons schriftelijk laten weten dat alle knelpunten en belemmeringen ten aanzien van ontwikkelingen binnen de agrarische sector in de gemeente Beemster weggenomen zullen worden, inclusief een gedetailleerde cijfermatige onderbouwing, welke ontwikkelkansen er zijn. Hieruit blijkt namelijk dat deze ontwikkelingsruimte voldoende is voor nu en in de toekomst. Naast dit positieve geluid komt het schrijnend besef van het feit dat de agrariërs jaren lang procedures in het kader van de Natuurbeschermingswet hebben moeten voeren om een minimale ontwikkeling mogelijk te maken.

In dit kader heeft reeds bestuurlijk overleg plaatsgevonden mede ter voorbereiding van de vaststelling van het “beheerplan” Natura-2000 gebied Eilandspolder. In dit “beheerplan” wat als invulling dient nadat het gebied ook daadwerkelijk definitief is aangewezen staan maatregelen genoemd om het veenmosrietland te onderhouden en te beheren. Tevens wordt in het beheerplan al uitgegaan van de ontwikkelkansen die de PAS gaat bieden.

Gezien de nieuwe inzichten verstrekt door de PAS en vertaald in het beheerplan wekt de ongewijzigde beschermde status van het veenmosrietland in het definitieve aanwijzingsbesluit en de aanname dat het veenmosrietland zeer stikstofgevoelig zou zijn (zie nota van antwoord, bijlage C, pagina 54 van het aanwijzingsbesluit inclusief de verwijzing naar het rapport Van Dobben en Van Hinsberg, voetnoot 46)  zeer veel verbazing.

Het lijkt erop alsof er totaal geen afstemming heeft plaatsgevonden tussen de toekomstige PAS het definitieve aanwijzingsbesluit en het beheerplan Eilandspolder. Wij vinden dat, naast de al niet te volgen procedurele volgordelijkheid, onbegrijpelijk en onverantwoord. De consequentie is namelijk dat de belangrijkste economische drager van ons cultureel erfgoed; de agrarische sector, wederom de dupe wordt.

Noordse Woelmuis
In het aanwijzingsbesluit is de Noordse woelmuis als prioritaire habitatsoort  (H1340) opgenomen waarbij tevens is aangegeven dat de structuur en de aanwezige vegetatie, met name het veenmosrietland (H714OB) en ruigten en zomen (H6430B), essentieel worden geacht voor het leefgebied van deze muis.
De status van prioritaire habitat voor de Noordse woelmuis bevreemd ons echter ten zeerste. Bij de aanmelding van Habitatrichtlijngebieden in 2003 waren er acht gebieden met populaties met redelijke omvang met een relatief goed leefgebied. De Eilandspolder is als negende gebied toegevoegd omwille van een goede geografische ligging en als bolwerk voor de populatie in het veenweidegebied. Uiteindelijk heeft Nederland dertien gebieden aangewezen voor deze prioritaire soort. De indruk wordt wederom gewekt dat de bescherming in Nederland veel verder gaat dan volgens de Europese regels nodig is.
Volgens de Nota van Toelichting is het aandeel van de populatiegrootte kleiner dan 2 procent. Overigens is niet duidelijk en totaal onzeker hoe groot het aantal woelmuizen in werkelijkheid is.
Daarnaast geldt dat de Habitattypen (veenmosrietland en ruigten en zomen) niet zijn gekwalificeerd als prioritaire typen. Zij behoren dus niet tot de vijf belangrijkste gebieden. Deze habitat wordt als matig ongunstig gekwalificeerd maar wordt echter wel als noodzakelijk gezien voor het behoud van de Noordse woelmuis. Wij trekken de conclusie dat de koppeling van de prioritaire habitatsoort de Noordse woelmuis aan de als kansarme geschetste habaitattype veenmosrietland en ruigten en zomen, de aanwijzing van de Eilandspolder als N2000 gebied  ongefundeerd en zeer dubieus maakt. Volgens de begripsbepaling in het aanwijzingsbesluit is de relatieve bijdrage van een gebied: De bijdrage van Natura 2000-gebied aan de landelijke instandhoudingsdoelen voor een habitattype of soort; deze is groot als een habitattype of soort relatief veel of relatief goed ontwikkeld in een gebied voorkomt.
Hoe kan een habitattype met een aandeel van minder dan 2 procent in de landelijk populatie (waarbij wij twijfels hebben over de wijze waarop deze bijna 2 procent is bepaald) bovendien in slechts een klein deel van het gebied aanwezig, alsmede in een matig ongunstige omgeving van niet prioritaire habitattypen, toch de doorslag zijn voor het aanwijzen van de Eilandspolder als N2000 gebied? Wij zijn van mening dat de grond van de aanwijzing daarmee onterecht is 

Ons beroepschrift richt zich naast het bovenstaande op het volgende:
De bestaande agrarische bedrijfsvoering inclusief alle ontwikkelingen (al dan niet met vertraging) leven al sinds jaar en dag  prima samen met de diverse bedreigde en beschermde soorten flora en fauna in de omgeving.
De achtergrondconcentratie aan stikstof ter plekke van het veenmosrietland is al sinds jaar en dag hoger dan de zogenoemde kritische hoeveelheid stikstof voor hetzelfde  veenmosrietland. Dit is wat ons betreft alleszeggend.
Dat het veenmosrietland op een goede wijze dient te worden onderhouden is acceptabel. Omdat door relatief simpel onderhoud (zie beheerplan) de doelen bereikt kunnen worden is het niet nodig is om het veenmosrietland te zien als bedreigde florasoort.
Ten aanzien van de procedure is al reeds een kritische noot geplaatst. Wij willen er nogmaals op wijzen dat het ongelooflijk is dat het definitieve aanwijzingsbesluit niet pas wordt genomen nadat de PAS is vastgesteld. Niet alleen omdat er geen sprake is van enige afstemming of samenhang maar ook omdat uit de PAS blijkt dat het aanwijzingsbesluit op inhoudelijke gronden niet correct is onderbouwd. Ook het beheerplan dat complementair moet zijn met het aanwijzingsbesluit, immers het beheerplan zorgt voor de uitwerking van het aanwijzingsbesluit, is dit dus echter niet.
In het definitieve aanwijzingsbesluit worden de nieuwe stikstof berekeningen (die de basis vormen van de PAS) niet toegepast. De kans is aanwezig dat het van kracht  worden van de PAS wederom langer op zich laat wachten en dat de uitbreidingsruimte voor onze agrariërs weer zal worden teruggedraaid. Ondanks de schriftelijke toezeggingen.
De zogenaamde wetenschappelijke onderbouwing in het aanwijzingsbesluit van de kritische depositiewaarde stikstof ter plekke van het veenmosrietland is niet correct omdat de geconstateerde achtergrondwaarde van stikstof al hoger blijkt te zijn.

Wij verlangen gezien de bovenstaande beroepsgronden, dat de Noordse woelmuis en het veenmosrietland als instandhoudingdoelen uit het aanwijzingsbesluit worden geschrapt dan wel het aanwijzingsbesluit  wordt opgeschort  zolang de PAS nog niet van kracht is en tevens de wetenschappelijke uitgangspunten van het besluit aan te passen naar de nieuwe inzichten die inmiddels in het kader van de PAS zijn gebruikt.

Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

 

Hoogachtend,

burgemeester en wethouders van Beemster.

H.N.G. Brinkman
burgemeester

E. Kroese-Vrolijks
secretaris

 

 

 

Omhoog