Beemster Polder Partij
Een dijk van een partij!

 

Verkiezingskrant '18

Archief

 

Reactie op het artikel van Ed Dekker in de NNC van 19 febr.2011

Foto: E.v.d.Kleut Wat zijn Megastallen?
Met aandacht de diverse publicaties gevolgd rond de discussie over “Megastallen”.
Het kan geen toeval zijn dat zo vlak voor de Provinciale Staten verkiezingen op 2 maart velen zich roeren rond het begrip Megastal.
Opvallend is dat naast de lijsttrekkers van de partijen die deelnemen aan deze provinciale verkiezingen, ook de kopstukken van de landelijke partijen zich melden met standpunten en adviezen. De toekomstige Statenleden zijn nauwelijks in beeld en roeren zich bescheiden.
Dit doet mij terugdenken aan de gemeenteraadsverkiezingen in 2010. Ook toen meenden woordvoerders van in de 2e Kamer vertegenwoordigende partijen de lokale verkiezingen te moeten beïnvloeden. Nu dus alle aandacht gericht op de Megastal.
In de bijlage van de zaterdag editie van het NHD onder de rubriek”Wij in Noord-Holland van 19 febr. een artikel van Ed Dekker, journalist.
Schaamteloos verkondigen partijen dat de in juni 2010 via vele amendementen vastgestelde Provinciale Structuurvisie dat deze weer ter discussie staat waardoor moeizaam bereikte akkoorden ons weer terug bij af brengen.
In een opsomming van diverse partijstandpunten wordt gesproken over blokgrootte, wat in de volksmond bouwvlak heet, en aantallen diereenheden alsof daar een direct verband zou liggen.
Ik zou zeggen koppel het begrip Megastal los van het benodigde oppervlakte bouwvlak.
Juist de inventiviteit van de agrarische sector is bij de vaststelling van welke afmeting dan ook zich aan het oriënteren wat wel mogelijk is om een reëel inkomen te verkrijgen.
Uitgangspunt daarbij is dat het veelal familiebedrijven betreft die zich al generaties lang inzetten tot behoud van het landschap, naast de economische belangen zijn daar ook de tradities en die beiden vragen dynamiek en kwaliteit door veranderingen als meergebruik van deze erven.
Juist inspelen op deze belangen maakt deel uit van het voortbestaan van deze familiebedrijven door activiteiten als zorgfuncties, recreatie en nevenactiviteiten als loonwerk voor de sector.
Om hier structuur in aan te brengen zal je op de bouwvlakken een diversiteit aan gebouwen nodig hebben die je dan ook weer (ruimtelijk) geordend wil toestaan.
Waar in de 60er jaren van de vorige eeuw nog relatief veel kleine melkveehouderijen, akkerbouwbedrijven en tuinderijen aanwezig waren zijn deze aantallen gereduceerd tot ongeveer 10% nu.
Dit betekent dat op de vrijgekomen bouwvlakken nu particulieren wonen zonder aanspraak te kunnen maken op bebouwing, sterker nog de veelal oudere gebouwen worden gesloopt of gesaneerd. Hierdoor neemt het totaal aan oppervlakte bebouwing op erven sterk af. De vrijgekomen percelen cultuurgrond zijn overgenomen door de familiebedrijven die schaalvergroting voorstaan. Wanneer je met deze bedrijven weet te bereiken dat je middels een landschappelijk inpasbare erf-inrichting je bouwvlak invult bereik je ook hier een “meerwaarde”. Hieronder valt bebouwing voor wonen, huisverkoop, recreatievoorziening of zorg faciliteit maar ook voeropslag en machineberging. Belangrijk onderdeel is veiligheid waarvoor, vanaf openbare weg als op het erf zelf, de logistiek goed geregeld dient te worden voor de aan en afvoer van producten naar en van het bedrijf.
Zo kom je al snel aan een bouwvlak van 2 ha waar je in de praktijk slechts 60% aan bebouwd oppervlak tegenkomt. Als de discussie zich beperkt tot hoeveel dieren je kan houden ben ik het wel eens om dit op de agenda te zetten, uitgangspunt blijft de grondgebonden landbouw. Stimuleer de koe in de wei en zorg voor een goede huisvesting met welzijn voor het te houden diersoort en een werkbare situatie voor de families die vaak generaties lang het landschap beheren.
Nico de Lange, raadslid voor de Beemster Polder Partij, te Beemster.