Beemster Polder Partij
Een dijk van een partij!

 

Nieuwsbrieven 2019
 

Aan de gemeenteraad van Beemster 9 augustus 2010

Dit initiatiefvoorstel wordt u aangeboden door de Beemster Polder Partij en is mede tot stand gekomen met de agrarische sector. Zij dient ter bepaling van een gemeenschappelijke visie voor het landelijk gebied en kan als zodanig dienen als uitgangspunt voor het nieuwe bestemmingsplan.

1 Visie op landbouw in een nieuw planologisch tijdperk

Aanleiding
De aanleiding voor dit initiatief is dat in de planologie er een wending plaatsvindt, van agrarisch productiegebied, naar een gebied met gecombineerde landbouw.

Inleiding
Landbouw bepaalde de koers van de planologie sinds het ontstaan. Het landschap dat we nu kennen en waarderen is een onbedoeld bijproduct van een zich ontwikkelende sector die handelde naar economische en technische mogelijkheden (Bieleman).

Nu is in de provinciale structuurvisie Noord-Holland de koers verlegd en gaat alle aandacht naar landschap en cultuurhistorie, en is deze zelfs leidend in de ontwikkelingen. De sector moet zich richten op productie voor de stedeling en op verbreding.
Verontrusting wordt echter veroorzaakt door de beleidsnota Landschap en Cultuurhistorie die gekoppeld is aan de provinciale structuurvisie. Daarin worden mogelijkheden geschapen voor ingrepen in het landschap onder de noemer van cultuurhistorie, met name in de Stellingzone. Deze trendmatige wijziging is niet zo zeer te wijten aan de status Werelderfgoed. Maar nog meer gekoppeld aan het Nationaal Landschap Laag Holland.

Rol van de landbouw
Zoals gezegd is al 400 jaar de landbouw gezichtsbepalend voor de Beemster. Sectoren kwamen en gingen, teelten werden geïntroduceerd en verdwenen weer. Er werd herverkaveld, kavels aangepast, peilen veranderd, bemalingen verbeterd enz. Allemaal ten behoeve van de ontwikkeling van de sector, met het landschap als onbedoeld nevenproduct.
De situatie op dit moment is dat we spreken van een goed ontwaterde vruchtbare grond welke zich leent voor alle denkbare teelten. Een gevarieerd aanbod van bedrijven in alle sectoren, allen grondgebonden.
De bedrijfsontwikkeling is vergelijkbaar met elk gebied in Nederland met vergelijkbare
productieomstandigheden. Kenmerkend voor de afgelopen 15 jaar is dat er circa 10 agrariërs vanuit de randstad zijn neergestreken die moesten vertrekken vanwege natuur, infrastructuur en woningbouw. Zij brachten een stuk vitaliteit mee (en geld). Zonder uitzondering kwamen zij hier vanwege positieve grondhouding van onze gemeente richting landbouw en de goede sociale cohesie.

De dreiging
Wij zien in de voorgenomen beleidswijzigingen groot gevaar. Niet alleen voor de agrarische sector maar daarnaast ook voor de Werelderfgoed status op lange termijn. Als de sector afgekoppeld wordt van de normale economische ontwikkelingen die worden gedreven door Europees en mondiaal handelsbeleid zal dat een grote weerslag hebben op de bedrijfsontwikkeling. Daarentegen zou juist deze bedrijfsontwikkeling maximaal moeten kunnen zijn en bepaald worden door de ondernemer. Deze bepaalt aan de hand van zijn persoonlijke vaardigheden en ambities welke richting hij kiest, schaalvergroting, verbreding of afbouwen.
Alle 3 de categorieën moeten worden gefaciliteerd in de ruimtelijke ordening. Deze ontwikkelingen kunnen ook in een werelderfgoed probleemloos samengaan met behoud van cultuurhistorische en landschappelijke waarden.
De sector wil zich inzetten om de landschappelijke inpassing van deze ontwikkeling maximaal te laten zijn. Een rem op de ontwikkeling zal op lange termijn leiden tot een verzwakking van de structuur, analoog aan de ontwikkelingen in de veenweidegebieden. Daar werd om natuurbehoud te bedrijven de agrarische structuur gefrustreerd met als gevolg dat zo veel gebieden niet meer beheerd kunnen worden wegens gebrek aan economisch perspectief en ondernemerschap. De flankerende financiële bijdragen, welke ook voor Beemster worden voorgespiegeld (de groene/blauwe diensten) zullen sneuvelen door bezuinigingen en veranderende prioriteiten.

De missie
De sector ziet dat de bedrijfsontwikkeling zoals die tot nu toe is gegaan en voorgaand beschreven, de beste toekomst biedt voor de agrarische sector en voor het behoud van de waarde van het Werelderfgoed op de lange termijn.
Via de LTO is de sector druk doende om richting provincie en gemeente deze visie uit te dragen en om de voorgestelde planologische koers bij te stellen. De sector zoekt daarin partners die met hen in discussie gaan omtrent de visie en hen daarin willen steunen, via hun ter dienste staande kanalen.

1 Uitgangspunten voor het nieuwe bestemmingsplan Landelijk gebied Beemster

Aan de gemeenteraad van Beemster wordt gevraagd adhesie te geven op de voorgaande visie van de agrarische sector en in te stemmen met de volgende uitgangspunten voor het opstellen van de structuurvisie en het nieuwe bestemmingsplan Landelijk gebied van Beemster:
  1. Er is sprake van urgentie voor het formuleren van nieuw beleid om blijvende vitale agrarische bedrijven te behouden;
  2. Een agrarische sector op economische basis dient te voldoen aan de voorwaarden grondgebonden, duurzaam en de kernwaarde openheid van het gebied ondersteunend;
  3. Met het vaststellen van het nieuwe bestemmingsplan Landelijk gebied dient tevens een salderingsmethode bijgehouden te worden over de toe of afname van het areaal bouwvlakken (beginnend met de inventarisatie voortkomende uit de lopende bestemmingplanprocedure);
  4. Tenzij er sprake is van een maatschappelijk nut (wonen in bebouwde kom, water, infrastructuur en bedrijfsverplaatsing in samenwerking met Stivas), is het niet toegestaan nieuwe bouwvlakken te realiseren;
  5. De in de bestemmingsplanprocedure toegepaste begrippen hoofd- en nevenbestemming dienen geherdefinieerd te worden op basis van de Leidraad Verbrede Landbouw. Dit houdt in dat de daarin gedefinieerde categorie Verbrede Landbouw ook bouwrechten heeft;
  6. Dubbel of meervoudige bestemmingen moeten bij grondgebonden agrarische en landschapsonderhoudende activiteiten op een bouwvlak kunnen worden toegepast;
  7. De bouwvlak grootte van maximaal 2 ha is vastgesteld. Dit laat onverlet de mogelijke vraag naar nog grotere bouwvlakken zoals bij het toepassen van waardetoevoeging van agrarische producten. Bij het samenvoegen van meerdere naast elkaar gelegen bouwvlakken blijft de som van ieder bouwvlak gehandhaafd. Verder zal maatwerk nodig blijven;
  8. Er liggen nog veel thema’s open waarmee de ambitie van Beemster kan worden uitgedrukt en waar een proactief bestuur antwoorden en kaders in kan stellen. Een uitdaging voor alle partijen;

Korte toelichting op genoemde punten

Ad 1 Urgentie
Aan de orde zijn in Beemster het vernieuwen van het bestemmingsplan Landelijk gebied en het opstellen van de Structuurvisie Beemster. De kaderstellende en daarmee richtinggevende rol van de gemeenteraad is bij uitstek het instrument om bij te dragen. Knelpunten uit het verleden zijn daarbij vaak de insteek om nieuw beleid te formuleren. Maar in een competitieve wereld is dat niet genoeg. Er zal moeten worden gezocht naar de juiste wisselwerking tussen nieuwe wet- en regelgeving en de mogelijke agrarische uitwerking daarvan. Dus een meer proactieve opstelling. Dit om het karakter van Beemster ten volle te kunnen blijven inzetten.

Een LEI rapport spreekt van een tekort van 14000 bedrijfsopvolgers in de agrarische sector. Ook in de Beemster zullen open plekken vallen. Een goed vestigingsklimaat zal een aantrekkingskracht uitoefenen op ondernemers van elders. Samen met schaalvergroting zullen zij de openvallende plekken beheren ten behoeve van openheid en vitaliteit.

Ad 2 Landbouw in Beemster
Basis voorwaarden voor de agrarische sector op economische basis zijn:
• Grondgebonden
• Duurzaam
• Openheid van het gebied ondersteunen

Achter deze voorwaarden schuilt een wereld van overwegingen. Kort wordt hier een toelichting gegeven over het waarom zonder te vervallen in het aanhalen van nota’s, verkregen statussen, wet en regelgeving ed.

Grondgebonden omdat daarmee de balans gezocht moet worden tussen economie en duurzaamheid. De vitaliteit van de teeltomgeving (bodem, lucht, water) is daarbij van belang.
Openheid om daarmee een van de kernkwaliteiten van dit gebied te beschermen.

Duurzame agrarische landbouw op economische basis.
Kenmerkend voor dit gebied is het belang dat de landeigenaar heeft bij een goede bodem, lucht en wateromgeving. De balans bepaalt hier het resultaat. De lucht is daarbij van belang vanuit het perspectief ligging tussen twee wateren (Noordzee/ IJsselmeer) waardoor het klimaat mild is maar ook de vrijwaring van ziektebronnen. Het water omdat naast voldoende drooglegging er voldoende berging en inlaatwater regionaal beschikbaar is. De bodem waarin de humus, de vochthuishouding en capillaire werking, maar ook het bodemleven van groot belang is.
Goed rentmeesterschap zal dan ook ontstaan in een goede vertaling/wisselwerking tussen wet- en regelgeving en de uitwerking daarvan in gebruikte methoden van grondgebonden landbouw.

De economische factor in het bedrijfsleven in het algemeen is echter de afgelopen 50 jaar steeds meer vertaald naar winstoptimalisatie. Deze tendens staat haaks op duurzaamheid. Het agrarische familiebedrijf is door haar verbinding met de productiegronden hiervan enigermate gevrijwaard, het is namelijk continuïteitsgedreven.
Toch is het familiebedrijf juist waar het de continuïteit betreft als een succes te kenmerken. Het resultaat is een sober ingericht landschap, dat wij nu herkennen als een openlandschap. Slechts bij uitzondering verliet de agrariër zijn land zoals bij uitkoop of bij werkgelegenheid en vestigingsgedreven emigratie. De regel is dat de familie als eenheid op een duurzame wijze het bedrijf inkomensgedreven voert en vervolgens overdraagt naar een volgende generatie.

Ad 3 Saldering van agrarische bouwpercelen
In de beeldvorming wordt snel gesteld dat er steeds meer agrarische bouwvlakken bij komen. Om dit te objectiveren zal een continue saldering moeten plaatsvinden van het aantal bestemde bouwvlakken en hun grootte (meer/minder en groter/kleiner bouwvlak). Dit dient in de lopende bestemmingsplan procedure Landelijk gebied te worden gestart via inventarisatie en qua trend te worden bijgehouden en gerapporteerd.

Ad 4 Nieuwe bouwvlakken.
Uit diverse brainstormavonden met de agrarische sector is gebleken dat het stichten van nieuwe bouwvlakken, anders dan het samenvoegen of verplaatsen, bij ontbreken van een belangrijk maatschappelijk nut niet behoeft voor te komen. Er zijn voldoende kansen om op een bestaand bouwvlak en bijbehorende bestaande opstallen een nieuw vitaal bedrijf op te starten.

Ad 5 Herdefiniëren hoofd en nevenbestemming
Bij hoofdbestemming en nevenbestemming is tot heden het principe dat neven bestemming qua inkomenspotentie ondergeschikt is aan de agrarische hoofdactiviteit. Dit principe blijkt bij een langdurige periode van lage prijzen voor landbouwproducten steeds vaker niet te werken. In tegendeel, bij slechte marktprijzen wordt de noodzaak om verder te verbreden en daaruit inkomen te genereren steeds belangrijker. Dit blijkt vaak een onomkeerbaar proces. Ook als bijvoorbeeld landbouwprijzen stijgen zal de ondernemer niet snel weer zijn nevenactiviteiten afbouwen. Dit terwijl er maatschappelijk wel veel vraag is naar de geboden nevenactiviteiten in een agrarische context.
Zowel hoofd- als nevenbestemmingen dienen over bouwrechten te beschikken mits er grondgebonden activiteiten plaatsvinden.

Ad 6 Meervoudige bestemming
Waar bij hoofd- en nevenbestemming nog sprake is van een combinatie van agrarisch en niet agrarische activiteiten is dit bij meervoudige bestemmingen niet het geval. De agrarische hoofdactiviteit kan worden gecombineerd met waarde toevoeging aan agrarische producten, loonwerk, of dienstbaar zijn aan landschapsinrichting/ landschapsonderhoudende activiteiten in de breedste zin. Feitelijk kunnen daarmee de middelen voor meerdere bestemmingen/ agrarische- of landschapsactiviteiten worden ingezet. Dit komt de doelmatigheid (machines en opstallen staan niet een groot deel van het jaar stil of blijven ongebruikt) zeer ten goede. Dit geeft dus veel impuls aan de gewenste vitaliteit van agrarisch ondernemerschap.

Dubbelbestemming of meervoudige bestemming dient dan ook een algemeen toepasbaar principe te zijn in de komende structuurvisie en bestemmingsplannen.

Ad 7 Waarde toevoeging versus noodzaak zeer grote bouwvlakken
Waardetoevoeging is een manier om grip te krijgen op de marktkolom die nu veelal wordt gedomineerd door handelsondernemingen en gecombineerde inkoop van de grootwinkelbedrijven. Het blijkt dat waardetoevoeging in combinatie met agrarisch productie zeer goed de vitaliteit en daarmee ook de lokale werkgelegenheid kan stimuleren. Wel zal dit betekenen dat er in uitzonderingsgevallen zeer grote bouwvlakken nodig zijn om deze agrarische activiteiten te kunnen uitvoeren. Voorbeelden zijn reeds zichtbaar in de teelt van knoflook, selderieknollen ed. Ook eenvoudige verpakkingslijnen in de bloementeelt of aardappelverwerking kunnen als waarde toevoeging worden herkend. Al deze activiteiten vragen per saldo extra ruimte voor opslag, behandeling en logistiek.
Daarnaast is het tijdstip naar de markt van groot belang. Dit impliceert opslag, koeling ed.
Reden te meer om in de structuurvisie en bestemmingsplannen hiervoor oog te houden.

De bouwvlak grootte van maximaal 2 ha is vastgesteld. Dit laat onverlet de mogelijke vraag naar nog grotere bouwvlakken zoals bij het toepassen van waardetoevoeging van agrarische producten. Bij het samenvoegen van meerdere naast elkaar gelegen bouwvlakken blijft de som van ieder bouwvlak gehandhaafd. Verder zal maatwerk nodig blijven.

Omhoog