Beemster Polder Partij
Een dijk van een partij!

 

Verkiezingskrant '18

Archief

 

Open brief,
gepubliceerd op de website van de Gemeente Beemster

Uitspraak 28 juli 2010 inzake dwangsommen en schadevergoeding R.P. Doets

Op 28 juli jl. heeft de rechter van de Rechtbank Haarlem vonnis gewezen in de zaak m.b.t. de invordering van de twee dwangsommen. Naar aanleiding van een publicatie hierover in de Polderexpress van 4 augustus jl. bereiken ons vragen over deze uitspraak. Hiermee informeren we u verder over deze zaak. lees verder>
Helaas is deze uitspraak voor ons op bepaalde punten nadelig.  

Er spelen in deze zaak twee kwesties:
1. de verjaring van de dwangsommen en de vraag of we rechtmatig beslag hebben laten leggen op zijn onroerende zaken.
2. de schadeclaim van dhr. Doets wegens het weigeren van een bouwvergunning voor een rijhal, welke vergunning later alsnog wel is verleend.

Geschiedenis ad 1.
In augustus 2001 heeft de gemeente Beemster een dwangsom aan dhr. Doets opgelegd wegens sloopwerkzaamheden aan een monument zonder de benodigde vergunningen. Daarnaast is er op 4 februari 2004 een dwangsom aan dhr. Doets opgelegd in verband met een overtreding van de Wet Milieubeheer. Beide dwangsommen zijn per dwangbevel d.d. 4 februari 2005 van dhr. Doets gevorderd. Hiertegen is hij in verzet gegaan en vervolgens zijn we een aantal jaren aan het procederen geweest. Dit heeft uiteindelijk geresulteerd in een uitspraak van het Hof te Amsterdam waarin de vorderingen van dhr. Doets werden afgewezen onder veroordeling van dhr. Doets in de proceskosten. Hij is hiertegen niet in cassatie gegaan.

Kortom, volgens de rechter van het Hof waren de dwangsommen rechtsgeldig opgelegd en waren ze verbeurd en dus diende dhr. Doets te betalen. Na uitblijven van betaling door dhr. Doets hebben wij de deurwaarder verzocht executoriaal beslag te leggen op onroerende zaken van dhr. Doets.

Dhr. Doets heeft hier via zijn toenmalige advocaat, mr. Loomans, tegen ingebracht dat de verjaringstermijn (6 mnd.) inmiddels was verstreken. Die termijn had door de door ons ingeschakelde advocaat (mr. Minjon van Rensen advocaten) bewaakt moeten worden maar helaas is dat dus kennelijk onvoldoende gedaan.
Eind 2007 heeft onze juridisch adviseur hierover gesproken met de opvolger van mr. Minjon, mr. Van Oostrum, eveneens van Rensen advocaten. Naar mening van mr. Van Oostrum van Rensen advocaten zou dhr. Doets geen grond voor enige claim hebben.

De uitspraak en de gevolgen ad 1
Helaas denkt de rechtbank Haarlem daar toch heel anders over. De rechter geeft dhr. Doets gelijk, de dwangsommen zijn dus verjaard en kunnen niet meer worden ingevorderd. Dat betekent voorts dat de gelegde executoriale beslagen op onroerende goederen van dhr. Doets onrechtmatig zijn gelegd.

Dat beslag dient te worden opgeheven (hetgeen inmiddels is gedaan) en evt. schade die dhr. Doets daardoor heeft geleden zullen wij moeten vergoeden. Hoeveel dat is zal in een vervolg procedure (waarbij de rechtbank een financieel deskundige zal aanwijzen) door de rechter worden bepaald (schade opgemaakt bij staat-procedure). Zie hierover onder het kopje ‘Schadevergoeding’ meer.
Het college heeft inmiddels besloten te onderzoeken of het zinvol is een procedure op te starten om Rensen Advocaten en mr. Minjon aansprakelijk te stellen voor de door de gemeente geleden en te leiden schade. Het betreft dan de niet meer te innen dwangsommen, de nog door de rechter vast te stellen schadevergoeding, de kosten van de bovenvermelde procedure en mogelijke vervolgkosten.
 
Let wel! Dit op 28 juli gewezen vonnis doet dus niets af aan de onrechtmatigheid van de zaken waarvoor de dwangsommen oorspronkelijk waren opgelegd. De dwangsommen waren rechtmatig opgelegd en verbeurd, dat is reeds eerder tot bij de hoogste rechtelijke instantie uitgevochten.

Geschiedenis ad 2
In 2006 heeft dhr. Doets een bouwvergunning gevraagd om zijn paardenstal en rijhal uit te breiden. Hij had reeds in 2002 een vergunning gekregen voor de bouw van stallen en een rijhal maar bij nader inzien bleek dat de hal te klein was en daarom heeft hij een vergunning gevraagd voor een uitbreiding. Die vergunning is hem in eerste instantie geweigerd. Na advies van de CBB is die vergunning wel verleend.

Dhr. Doets stelt door de vertraging, veroorzaakt door de onterechte eerste weigering, grote schade geleden te hebben.  De schade heeft hij niet nader gespecificeerd. 

De uitspraak en de gevolgen ad 2
Gelukkig deelt de rechter de mening van dhr. Doets op dit punt niet. Deze claim is geheel afgewezen. Verder wordt ook de claim ten aanzien van de buitengerechtelijke kosten die dhr. Doets stelt te hebben gemaakt van de hand gewezen.

Schadevergoeding
Duidelijk is dat er een vergoeding moet worden betaald maar dat betreft in ieder geval met zekerheid niet de bedragen die dhr. Doets thans noemt in het artikel in de Polderexpress.
Daarin stelt dhr. Doets dat hij een vergoeding behoort te krijgen voor het mislopen van een gouddeal van 1 miljoen euro, 4 ton wegens het onterecht in beslag nemen van een trekker, 3 ton in verband met exploitatieschade van de manege aan de Volgerweg, en 6 en halve ton wegens vertraging van de uitbreidingen van een manege, in totaal 2,2 miljoen.

Maar, zoals hieronder nader wordt toegelicht, heeft de rechter in hetzelfde vonnis waarin de dwangsommen verjaard worden verklaard, juist de schadeclaim van dhr. Doets over de vertraging in de bouw van de manege volledig afgewezen. In het vonnis zegt de rechter expliciet dat de weigering van de bouwvergunning niet onrechtmatig is geweest en dat er daarom geen grond bestaat voor een schadevergoeding (de in het artikel genoemde 3 ton exploitatieschade en 6,5 ton vertragingsschade).
Daarnaast is de gemeente niet aansprakelijk voor de schadevergoeding voor de trekker omdat de gemeente in deze zaak geen partij is. Eventuele schade behoeft de gemeente Beemster dan ook niet te vergoeden, deze 4 ton berust dan ook op onjuiste gegevens.

Door een deskundig bureau zal de daadwerkelijke schade worden geïnventariseerd die dhr. Doets door de beslaglegging heeft geleden. Hierbij zal het deskundigenbureau tevens meewegen dat de gemeente Beemster dhr. Doets heeft aangeboden om de beslagen te beperken mits hij zou aantonen welke onroerende goederen voldoende overwaarde hadden.

Proceskosten
Verder wordt de gemeente (omdat we op het belangrijkste punt -de dwangsommen- ongelijk hebben gekregen) in de kosten van deze procedure veroordeeld.

Hoger beroep         
Onze juridisch adviseur geeft aan een hoger beroep, door de gemeente in te stellen, niet zinvol te achten.




 

Omhoog